Randjes van oppervlakten

Ik doe nu een hoop oppervlakken (land use, land cover, natural bv water) in de polder.

Die hebben allemaal randjes die zich niet netjes aan een lijntje houden. Hoe doen jullie dat?

  • Sloten hebben meestal geen peilverschillen, maar ze hebben vaak een onregelmatige rand en een van begroeiing eromheen. Oude sloten zijn helemaal erg, zeker als er wilgen en andere bomen vanuit de kant in en over het water hangen.
    De oorspronkelijke mapper / import heeft er meestal maar een slag naar geslagen. Ik wil het beter doen, maar het moet wel werkbaar blijven.
    Nemen jullie het zichtbare water, of de officiële kadasterlijn, of iets halverwege de slootkantbegroeiing, of taggen jullie de slootrandbegroeiing apart, zoals het kadaster doet?

  • Bos, ik bedoel bomengroepen. Taggen jullie als rand het land tot waar boomkruinen het overdekken, of de grond waar de boomstammen instaan? Als er bijvoorbeeld een rand gras is waar een houtsnipperpad loopt maar nog wel onder de bomen, dus eigenlijk in de bosrand, map je dat pad dan in het bos of laat je het bos bij de padrand ophouden?

  • Rivieren hebben vaak duidelijke mapbare randen, zoals dijken, golfbrekers, reinforced slopes, en begroeide veldjes met een waterdrempel van stenen eromheen. Alleen - het water houdt zich er niet aan, dat gaat maar op en neer, soms staan er hele stukken droog en soms zijn bijna alle randen weg. Eblijn en vloedlijn heb je soms, maar aanvoer en afvoer zijn meestal meer bepalend voor de waterstand en die zijn onvoorspelbaar. Hoe staan jullie daarin? Bijvoorbeeld een rietveld wat meestal redelijk droog staat (al is het niet beloopbaar) maar ook geregeld helemaal onder water staat met alleen de pluimen er nog bovenuit. Ik heb de neiging dat als wetland te mappen, maar ik iemand zei dat het pas wetland is als bepaalde gewassen erin voorkomen.

Sloten
Ik doe meestal de binnenste rand, van de BGT. En goed kijken naar AHN. Soms iets tussen de binnenste en buitense BGT rand. De slootrandbegroeiing apart taggen vind ik te veel werk.

Bos
Altijd de grond van de bomen, niet de bovenkant. De bovenkant wordt groter na verloop van tijd en je kan gras hebben onder bomen. De bospaden zie ik het liefst wel uitgesneden tenzij het een onduidelijke rand is. Vaak zie je wel een hele strakke rand in AHN en dan hou ik het liever wel los. Ook worden door het los mappen de paden zichtbaarder en kan je onnodige multipolygons wegwerken.

Rivieren
Stukken die af en toe onderwater lopen kan het best getagd worden met natural=water + internment=yes

Voor alle dingen geld: kijk naar de BGT en als de BGT niet klopt maak dan een melding bij: verbeterdekaart.nl

We komen hier op het voor velen gevoelige onderwerp van µ-mapping…

Het uitsnijden van een (voet)pad om het beter zichtbaarder te maken is natuurlijk wel een vorm van mapping for the renderer Ik blijf dan altijd moeite houden met de ongemapte strook vacuüm; wat is dat dan?

En tenslotte is het wegwerken van ongewenste(?) multipolygonen een oneigenlijk bij-effect wellicht?

Dat paden beter zichtbaar worden is een resultaat van die een keuze, niet een keuze op zichzelf. Het gaat mij er meer om dat we consistent zijn. We snijden alle wegen uit, waarom zouden we dat bij bospaden opeens niet meer doen?

area:highway=*

1 Like

Ik kijk altijd op de zomer luchtfoto voor dit. Als het pad niet/ zeer slecht door het bladdek te zien is dan teken ik er een groot polygoon overheen. Of als er een belangrijke doorgaande weg doorheen loopt (maar vaak geld de eerst genoemde regel niet).

Dan map ik het als bos met een pad er overheen. Ik kijk dan altijd naar de zomerluchtfoto wat betreft bladerdek. Overigens, kijk ik wel vaak naar de ondergrond (zeker in stedelijk gebied). Als in een park bijvoorbeeld de ondergrond gras is dan is het landuse=grass + punten met natural=tree.

1 Like

Ik kopieer nooit andermans werk (BGT) en maak een eigen kaart op basis van luchtfoto’s of AHN. Sloten meestal met AHN en meestal maak ik het water ietsje groter voor de zichtbaarheid.

Dat varieert.

Riet hoort daar voor mijn gevoel bij :wink:

Bij bos kan je je ook afvragen wat je eigenlijk mapt. Wanneer is iets bos en wanneer is iets een groepje bomen? Bijvoorbeeld bomen kunnen bij elkaar staan op een grasveld. Is dat dan al bos?

Ik zou zeggen van niet, wat wij namelijk bedoelen met bos is niet alleen bomen maar ook vooral alles wat onder de bomen gebeurd. Oftewel de oude bladeren, jonge bomen, struiken etc. Die ondergrond is vaak door verkeer op het pad verdwenen. Er blijft alleen nog maar aarde over, deze erosie van de ondergrond is duidelijk te zien met AHN.

Ik vind dus dat het gebied wat we moeten taggen met landuse=forest moeten definiëren als de bosgrond.

Hm… ik hoor dat iedereen eigenlijk dezelfde dilemma’s heeft als ik, en dat er een bandbreedte aan oplossingen is, waar ieder naar eigen beste weten handelt. En dat we weliswaar niet voor de renderer taggen, maar dat het toch mooi meegenomen is als het er goed uitziet!

Wat betreft ruimte overlaten bij een weg/pad: Een asfalt verkeersweg zie ik echt wel als afzonderlijk landuse, het openlaten is eigenlijk hetzelfde als een area:highway. Een onverhard pad door één landuse map ik dan ook gewoon over de landuse heen. Een asfalt fietspad in een bos ook wel, als het bos niet echt in stukken verdeeld wordt. Dus als de bomen aan weerszijden nauwelijks verder uit elkaar staan dan middenin. Een onverhard pad over een gras-brandgang middenin een bos gaat ook over het gras heen.
Een pad wat als scheiding dient voor twee verschillende landuses/naturals is logisch om vrij te houden.

Over de zichtbaarheid van paden op OSM Carto: een fietspad over een landuse heen is MI goed zichtbaar. Alleen de allerkleinste paadjes zijn lastig. En dat vind ik dan een probleem van de weergave door OSM Carto, wat je niet met mappen moet oplossen.

Het opknippen van een grote landuse deed ik eerst niet, maar nu steeds vaker. Dat komt vooral doordat ik nu grasvlakken veel vaker doorsnijd met sloten, en ik maak veel meer onderscheid in zomaar gras, weide en akkers, en gras in parken en tuinen en opvulgras. Wat eerst een grote grasvlakte was, wordt een aantal weilanden met sloten ertussen en omringd door een onderbroken sloot en een ring van gras tot aan bv een weg, een ringvaart of een spoorlijn.

Dat ik daardoor ook veel minder van die monstertentakelmultipolygonen overhou, is mooi meegenomen! De MPen die ik nog heb zijn van die duidelijke, met een poel en een bosje in een weiland.

1 Like

Mooi woord.

Jammer dat de tag “width=*” voor highways niet gerenderd wordt. Alle highways als area gaan taggen (los van de routering) zal natuurlijk een helse opgave zijn. Extreem inzoomen leidt natuurlijk tot de slechte rendering; zou verboden moeten worden! :grinning:

Het uitsnijden van paden en wegen is ooit door de 3dshape import gebeurd.
Bij wegen snijdt ik de wegen uit. Dit zijn duidelijk geen akkers, weiland, e.d.

Bij paden doe ik het uitsnijden normaal niet. Soms is een pad maar de breedte van zo’n 30 cm. Dat is niet zinvol uit te snijden. Paden gaan ook veelal over dezelfde ondergrond als de landuse.

Wegen hebben wel een andere ondergrond: Asfalt, ballast, zand, Ze zijn duidelijk zichbaar op een luchtfoto.

1 Like

Hm… hier in de randstad hebben ze wel de neiging om alles te verharden met liefst asfalt. Ik suggereerde in een bijeenkomst over het geschikt maken van een weg voor recreatief fietsen en wandelen (maar ook berijdbaar houden voor bestemmingsverkeer) om het huidige asfalt weg te halen en er een tweesporentrack met open stenen of een compacted surface van te maken. On-denk-baar! Dan kan je er toch niet goed op fietsen? Fietspaden zijn asfalt, dat weet iedereen!

En ik heb de grootste moeite om mijn onverharde wandelknooppuntverbindingen in stand te houden, want bij werkzaamheden denken ze altijd dat de pijltjes wel naar een asfaltpad zullen wijzen. Want wie wil er nou het gras op, zeg nou zelf, en dan kan je er niet met de auto bij voor onderhoud!

Kortom, hier vinden ze (de beslissers) iets pas een pad als het een harde bovenlaag heeft en liefst met mooie rechte kanten en lijnen, en zo min mogelijk bochten. Geschikt voor de zelfrijdende Tesla-rolstoel van de opoe van Musk, zeg maar.

We hebben ook geen goeie tag voor slootoevergrassenenkruidenbegroeiing. natural=rough_grass of zo. Dat zou ook weer letterlijk eindeloze diskussies geven wat er wel en niet ondervalt, daar kom je niet uit. Dus ofwel openlaten, ofwel als iets anders taggen. Openlaten vind ik eigenlijk geen optie.

Bij van die lange rechte sloten in akkerland, met meestal hele schuine kanten en maar een kleine groeiselrand, hou ik dan maar het midden tussen de binnenste en de buitenste blauwe lijn. In weiland wordt het vrijwel altijd de binnenste blauwe lijn. Visueel is het water in weiland vaak smaller, maar dat komt door de begroeiing in het water.
Allemaal als de BGT er niet naast zit, want die slaan er soms ook maar een slag naar!

Is het stuk tussen de binnenste en buitenste ring niet: landuse=grass en natural=water+intermediate=yes?

Nou, dit is polder hè. Geen getijden, en alle waterpeilen zijn tot op de centimeter nauwkeurig bepaald. Als het echt heel erg hard en lang regent kan het wel eens tien centimeter hoger komen, en als het dan wat minder plenst is het binnen een uur weer op de vastgestelde hoogte. Gaat denk allemaal volautomatisch. Dus intermittent lijkt me niet van toepassing!
Als ik kijk naar sloten waar ik vaak langskom, is de binnenste blauwe lijn echt de waterkant, en dan tot aan de buitenste blauwe lijn de begroeide schuine oever. Dat kan heel smal zijn, zoals hier:


Als dat schuine stuk breder is, staan er gewoonlijk grassen en kruidgewassen op, zoals hier:
.

Bij een smalle slootkant zie je ook de BGT-lijntjes worstelen met de werkelijkheid. Soms denken ze, mwah da’s de moeite niet om er twee lijntjes (een aparte strook) van te maken dus we gooien hem wel ergens tussenin, en ergens anders wordt een nog smallere strook wél apart getekend.
Soms zie ik dat ook de BGT schaduw heeft aangezien voor water.

Praktisch gezien denk ik dat je bij zo’n smal strookje met rafelbegroeiing best kan kiezen voor een lijntje in het midden. Je trekt je lijnen zo vloeiend als het kan zolang je binnen die lijntjes blijft. Bij een brede oeverstrook is de binnenste lijn de voor het water, en de oeverstrook is ofwel gras/grasland (soms scrub als er ook houtachtige gewassen op staan) ofwel je trekt het bij de landuse waar het op aansluit, bv weide. Komt mooi uit dat weide ook gras is, we maken immers geen onderscheid tussen keurig net weidegras en “natuurlijke” grassen&kruiden-begroeiing.

Voor de BGT is de buitenste blauwe lijn de insteek van de sloot. Bij akkers zal de afstand tussen insteek en water klein zijn (de boer wil zo veel mogelijk oppervlak kunnen gebruiken voor z’n gewas), en de insteek dus heel stijl. Bij natuurvriendelijke oevers word die insteek veel minder stijl gegraven, en zullen de lijnen dus verder uit elkaar staan. Daar zul je dus ook meer diverse begroeiing zien.

Verder geld in het algemeen dat zeker in het buitengebied de BGT op basis van luchtfoto’s word ingewonnen, dus ze zitten daar met dezelfde interpretatie van “wat zie ik nou precies”… schaduw, water, riet, moeras, enzovoorts…

Het waterpeil kan zeker intermittent zijn: veel polders hebben winter- en zomerpeil; dan zou seasonal op zijn plaats zijn.

Maar persoonlijk denk ik dat we dan ook heel wat spijkers op het zomerpeil aan het zoeken zijn. :joy:

1 Like

Ik heb het peilbesluit 2012 voor de Zuidplaspolder even doorgekeken. Hier en daar zijn er zomer- en winterpeilen, het verschil is 10 tot 20 cm. Ze worden in de praktijk vaak niet toegepast en dit besluit stelde dan ook vast dat ze bijna allemaal vast peil kregen.
Bovendien gaat het vooral om peilen in de steile gedeeltes van watergangen, dus we praten horizontaal over nog kleinere verschillen… vergelijkbaar met de tijdelijke verschillen die ontstaan omdat water nou eenmaal tijd nodig heeft om zich te verplaatsen of verplaatst te worden.

Ook ff de vaktermen nagekeken. Je hebt het (maai)veld, daarin ligt een sloot met de waterkant, en tussen waterkant en veld heb je het talud, oftewel de schuine slootkant. De insteek is daar waar het schuine talud begint.

De binnenste blauwe lijn van BGT is de waterkant, de buitenste blauwe lijn is de insteek. En er zijn enorm veel grensgevallen, want het is natuurlijk lang niet altijd een net gegraven nieuwe rechte strakke akkersloot waar je letterlijk kan zien waar de spade voor het talud ingestoken is. En de boer bedenkt zelf hoe veel ruimte zhij onbewerkt laat.

Op het AHN kun je dat wel zien.
Ik heb nog nooit een slootkant ingetekend. Wel slootwater en dat teken ik meestal ietsje ruimer.
Af en toe teken ik kilometers sloot met alleen de middellijn. Die middellijn verzet ik dan naar links en naar rechts met het parallelgereedschap. Een kop en staart er aan en klaar :slight_smile:

Op zich zie je bij akkers inderdaad vaker steile oevers dan in veenweide-grasland, maar dat hangt -in ieder geval in mijn waterschap- ook samen met de voorschriften aan de taludhelling die voor elke sloot is vastgelegd in de legger

Ben een keer mee geweest met een polderschouw, de medewerker van het waterschap vertelde dat de maximaal toelaatbare taludhelling afhangt van de bodemgesteldheid. In droogmakerijen, zoals de Haarlemmermeer (waar je vaak akkers ziet), zie je in de legger taludhellingen voorgeschreven van 1:1 , in niet uitgeveende polders zie je vaak 1:2 of 1:3 voorgeschreven (en inderdaad bij natuurvriendelijke oevers wordt dat flauwer gemaakt).

Deze dames hebben weinig boodschap aan de legger en passen het talud aan naar eigen inzicht :cow:

1 Like