De keuze om de voorloopnullen weg te laten was destijds een bewuste. De gedacht was dat je toch nooit kunt garanderen dat iedereen de juiste voorloopnullen toe voegt. Door de voorloopnullen weg te laten stimuleer je een applicatie om hier rekening mee te houden en er niet klakkeloos vanuit te gaan dat er altijd de juiste voorloopnullen staan. Nu blijk dat bijvoorbeeld de BAG Viewer altijd de voorloop nullen verwacht was die keuze misschien minder handig, maar we gaan ook niet overal een spatie in de postcode zetten omdat er systemen zij die dat verwachten. Dit staat los van NLExtract, want dat is nooit gebruikt voor de BAG import.
Een voorbeeld van de ‘noodzaak’ van building:part zijn de panden met werfkelders in Utrecht. Het BAG pand loopt onder de weg door en is getand met layer=-1. Het bovengrondse deel is getagd met ‘building:part’. Hierdoor blijft de geometrie aansluiten bij het object met de ref:bag tag en geven de controle tools geen foutmeldingen over afwijkende geometrieen.
Omgekeerd kan ook voorkomen, als een deel van het pand de BAG geometrie heeft. Vaak heeft dat te maken met 3D tagging. Kijk maar eens naar het pand van de Rabobank, of de Domtoren in Utrecht. Vlak naast de Domtoren heb ik building:part gebruikt op het ondergrondse museum om te voorkomen dat het als bovengronds gebouw word gerenderd. Dat is inderdaad taggen voor de renderer maar voorkomt ook een mapping strijd tussen de ene mapper die de building tag verwijderd omdat er geen bovengronds gebouw is en de ander die hem weer toe voegt omdat er een BAG pand ontbreekt.
De pompputten kan je volgens mij gewoon corrigeren. Daar wordt ref:bag gebruikt voor iets waar deze niet voor bedoeld is. Dat zou ref of alt_name kunnen worden. Waterdicht krijg je het nooit, hoe veel afspraken je ook maakt of vast legt.
1 Like