-
-
Als ik ter plekke zie dat er geen doorgang meer (bv. omdat er nu bomen groeien) schuif ik de ‘bospercelen’ naar elkaar toe zodat er een blinde lijn overblijft.
De blinde lijn laat ik staan omdat anderen vinden dat het nut heeft de perceelinformatie te bewaren.
De reden om het niemandsland dicht te schuiven als er niets meer is, is omdat je steeds verwacht dat een witte lijn op de kaart een pad/zandweg is waarbij nog niemand het pad heeft ingetekend.
Als er eenmaal een pad/waterstroom/etc is ingetekend en dat dat blijkbaar de reden is voor de witte strook niemandsland is, laat ik deze strook staan.
Wel zie ik zelf het niet nut er niet van in en is het niet mooi.
Maar het is ook veel werk om de witte lijn weg te halen.
-
De gps track heb ik steeds op 1 punt / 3 sec. staan bij het lopen.
De witte paden komen meestal redelijk overeen met de gps tracks.
Heel soms zie ik een afwijking die er niet is, maar dit is tijdens het wandelen al zichtbaar.
Als de gps track duidelijk afwijkt van de 3dshapes en de onderliggende Bing achtergrond en laat zien dat mijn track overeenkomt met de Bing foto, dan verschijf ik de 3dshape witte lijn iets om gelijk te lopen met de Bing en de gpstrack. Dit geldt alleen voor de wegen die te zien zijn op Bing.
De meeste bospaden zijn als een blinde lijn zichtbaar. Op de Bing ondergrond is een pad meestal niet te zien.
Wijkt de gpstrack duidelijk af van de witte lijn, dan kies ik voor de gpstrack.
Zwabbert de gpstrack om de blinde lijn heen, dan teken ik het pad in de blinde lijn, iets in richting van de track.
Lopen de gpstrack en de blinde lijn parallel vlak langs elkaar, dan kies ik meestal de lijn er iets tussen in. De aanname is dan dat de fout niet groot zal zijn.