Nee, ik gebruikte OSM om aan te tonen dat het mappen van afritnamen op N-wegen gebruikelijk is binnen OSM, niet om aan te tonen dat ze bestaan.
Tot niet zo lang geleden waren bijna alle autowegen gelijkvloers. In het kader van Duurzaam Veilig is de categorie stroomwegen (autosnelwegen + autowegen) ingesteld. Daardoor zijn er veel ongelijkvloerse autowegen bijgekomen (N31, N33, N34, N366, N391, N62, N261, etc.). De inrichting van stroomwegen moet consistent zijn. Daardoor zijn er nu ook afritnamen en soms afritnummers op dit soort N-wegen en zijn de afritten naar deze wegen knooppunten geworden (bijv. Afrit Zuidlaren â Knooppunt De Punt, Afrit Bodegraven â Knooppunt Bodegraven).
Het gebruik van de bovenste bestemming als afritnaam is in Nederland normaal gebruik door Rijkswaterstaat en de ANWB. Afritnummers zijn pas in de jaren '90 ingevoerd. Daarvoor had een afrit alleen een naam, de bovenste bestemming. Het gebruik van afritnamen in Nederland komt dus niet overeen met de algemenere beschrijving uit de wiki.
Bij andere afritten in Emmen was eerder de constructie Plaatsnaam-Bestemming gebruikt, zoals het ook op NBA-borden staat. Ik heb de ontbrekende afritnamen consistent daaraan getagd. Misschien was âZiekenhuisâ en âStadionâ beter.
Voor de duidelijkheid, dit waren de enige ontbrekende afritnamen op de N366-N391. Ik heb dus alleen gaten opgevuld en niet iets compleet nieuws uitgerold.
Ik weet dat dit een lang bestaand gebruik is binnen Rijkswaterstaat. Deze namen worden gebruikt op tekeningen, documenten en communicatie. Verder komen deze afritnamen voor de meeste wegenkaarten. Ik zal even zoeken of ik een beleidsdocument hierover kan vinden.