Ik zal het nog even samenvatten:

Afritnamen bestaan formeel in Nederland

  • Op NBA-bewegwijzering is er een speciaal vooraankondigingsbord met daarop de afritnaam en het afritnummer.
  • Op andere bewegwijzering is in ieder geval op autosnelwegen de bovenste bestemming de afritnaam. Dit staat in de wet bij de omschrijving van bord K2 in het RVV en bijvoorbeeld in deze Richtlijn Bewegwijzering uit 1993.

Door invoering van stroomwegen zijn autowegen (N-wegen) en autosnelwegen uniformer geworden

  • Voormalige afritten naar autowegen zijn knooppunten geworden (bijv. De Punt, Bodegraven, Assen, Zuidbroek)
  • N-wegen met NBA-bewegwijzering hebben ook vooraankondigingsborden met afritnaam en afritnummer (bijv. op de N11, N31 en N33).
  • Veel autowegen zijn/worden ongebouwd tot ongelijkvloerse wegen (bijv. N33, N34, N307, N356, N366)

Het is inconsistent om vergelijkbare ongelijkvloerse autowegen anders te taggen aan de hand van het type bewegwijzering. Dit doen we ook niet op autosnelwegen. Daarnaast wordt NBA-bewegwijzering alleen door Rijkswaterstaat en Zuid-Holland gebruikt, wat de tagging nog inconsistenter zou maken.

Ik zou daarom gewoon aanhouden dat je op een ongelijkvloerse stroomweg, A- of N-weg, gewoon de afritnaam tagt. Dat kan vanuit een NBA-vooraankondigingsbord of vanuit het gevestigde gebruik dat de bovenste bestemming de afritnaam is.

PS. Als de bovenste bestemming wordt aangepast verandert de afritnaam. Dit gebeurt ook alleen als men de afritnaam wil updaten naar het huidige gebruik.