JeroenHoek
(Jeroen Hoek)
10
Die zou ik meenemen, zo’n misdruk is geld waard! (461 zal het zijn?).
Als het privégrond is niet. Dat het bordje er hangt betekent namelijk niet dat de golfclub ook handhaaft op wandelaars (conform de afspraak met de gemeente), maar wel dat de (eventuele) toegang op hun voorwaarden gebeurd. Met dat bordje kunnen ze dus hangjeugd wegsturen zonder reden (wat de clientèle van de gemiddelde golfclub wel weet te waarderen), en kunnen ze de toegang beperken wanneer het ze uitkomt (tijdens een toernooi bijvoorbeeld) zonder vergunning.
Je moet het bordje zien als ‘verboden toegang, tenzij je toestemming hebt’. Het bordje hangt immers ook bij scholen waar je als leerling en ouder gewoon naar binnen mag, mits je er iets te zoeken hebt (impliciete toestemming). Dat de golfclub hier in de geest van de afspraken met de gemeente eigenlijk een bordje er bij zou moeten hangen met bijvoorbeeld ‘wandelen op de paden toegestaan zolang de hekken open zijn, geen honden, picknicken verboden’ klopt ook, maar heeft naar mijn weten geen juridische consequenties.
Het probleem met zulke afspraken is dat er zonder controle door de gemeente na verloop van tijd de klad in komt. Het is namelijk niet in het belang van de golfclub om de paden ‘openbaar’ te houden, en hoe langer de gemeente niets van de gebrekkige voorlichting zegt, hoe dichter het bij een juridische werkelijkheid komt. Deze situatie (wel Art. 461 bordje, geen toelichting) is voor een grondeigenaar die publiek gebruik wil voorkomen de meest wenselijke. De gebrekkige ontwijkende toelichting die jij van hun krijgt past in dat stramien, want aan alles wat ze toezeggen op schrift kunnen ze later eventueel gehouden worden.
Zonder Art. 461 bordje kan trouwens na verloop van decennia de situatie ontstaan dat een pad de facto en de jure openbaar is geworden. Dat is iets wat een grondeigenaar natuurlijk helemaal niet wil, dus dat bordje ophangen is het minimale wat ze kunnen doen om dat te voorkomen.